Bestaande radiatoren stralen warmte uit en verwarmen de lucht die langs de platen en ribben van de verwarming stroomt. Deze lucht wordt verwarmt en zet uit. Omdat deze lucht lichter is dan de koudere aanwezige lucht in de ruimte, stijgt de warme lucht op. Dit principe wordt convectie genoemd en een luchtcirculatie komt tot stand in de ruimte.

Tijdens het opstijgen van de warmere lucht wordt de warmte afgegeven, koelt af en daalt weer vervolgens, wordt weer opgewarmd en stijgt weer op. Het proces herhaalt zich. Op deze manieren verwarmt het warme water dat door de radiatoren/convectoren (warmte-uitwissellaars) stroomt de ruimte.

Dit natuurkundige proces van het opstijgen van de warme lucht gaat met een bepaalde snelheid, mede afhankelijk van het verschil in temperatuur tussen de verwarmde lucht door de radiator en de temperatuur van de lucht rondom de radiator.