De efficiëntie van de meeste ketels bestaat onder andere uit het voorverwarmen van het retourwater door de energie/warmte die zich in de rookgassen van het verbrandde gas bevindt, middels een warmtewisselaar.

Deze warmte /energie wordt minimaal afgegeven aan het retourwater wanneer het rookgas door de warmtewisselaar omhoog stroomt. Een veel groter deel van de energie wordt afgegeven wanneer de waterdamp in de rookgassen neerslaat als condens.

De uitgangstemperatuur bij de meeste ketels staat tussen de 75 tot 90 graden. Met de Heatfan kan deze doorgaans worden teruggezet met circa 15 graden naar 60 tot 65 graden C. Samen met de Heatfan wordt dan alsnog de oorspronkelijke capaciteit bereikt.

Met het lager zetten van de uitgangstemperatuur van de Ketel/boiler, is het retour gepompte water vanaf de radiatoren naar de ketel ook vanzelfsprekend kouder en is condensvorming en de efficiëntie gewaarborgd.

Deze efficiëntie werkt dubbelop. Ten eerste hoeft de warmte niet te worden gegenereerd bij door de verbranding van gas en daarbij zijn er ook verliezen bij de energieoverdracht van het gas naar het verwarmen van het water ook met verliezen gepaard.

Besparingen van 15 tot 20 % met uitschieters naar tot 30% op de hoeveelheid gas voor het verwarmen van het huis is een reëel verwachtingspatroon.